“Ik wil de hartslag van het land horen.”

Over hoe muziek maken overal ter wereld hetzelfde is.

Een gesprek met Wouter Vandenabeele brengt je langs vele landen. Het is woensdagochtend en we zitten aan tafel bij hem thuis met uitzicht op een van de oudste buurten van Gent. Wouter is violist, arrangeur, componist en lesgever. Zijn bekendste groepen zijn Ambrozijn en Olla Vogala. Momenteel leidt hij het Ghent Folk Violin Project en hij organiseerde deze maand Fiddlers On The Move, een meerdaags festival in Gent met workshops en concerten. Bij zijn projecten zijn vaak mensen uit verschillende landen betrokken. “Als je een liefdesliedje zingt uit Senegal of van hier, is dat eigenlijk gewoon hetzelfde. Maar het zijn dan wel Senegalezen die aan het zingen zijn. Of Arabieren. Ik heb dat altijd een heel krachtig verhaal gevonden.”

Eten en muziek in de Sleepstraat
“Als student woonde ik in de buurt van de Sleepstraat. Omdat het goedkoop was, ging ik altijd bij de Turk gaan eten. Ik ben toen van jongs af aan beginnen samenwerken met mensen die ik zo leerde kennen, die muziek sprak mij ongelofelijk aan.
In een van mijn eerste groepjes, in de donkere jaren 90, ben ik Thomas Noël tegengekomen. We hebben een tijdje samen gespeeld, in een folkachtig groepje. Daarna zijn we elkaar heel lang uit het oog verloren. Naar aanleiding van 50 jaar Turkse migratie in Gent werd mij gevraagd om een project te doen met Turkse en Belgische muzikanten. Ik ging dat samendoen met een Turkse vriend uit Brussel maar hij was op het allerlaatste moment verhinderd. Intussen was Thomas terug in Gent verschenen, dus heb ik het aan hem gevraagd. We zijn dan samen naar Istanbul geweest. Dat klikte heel goed.

Je gaat naar een stad en je probeert die stad te vatten in een song.

Zo heb ik altijd een beetje dat pad bewandeld. Ik heb het altijd heel belangrijk gevonden, en dat heeft mij ook problemen met subsidies opgeleverd, dat ik niet aan ontwikkelingssamenwerking doe. Ik kan dat niet, ik ben geen landbouwingenieur. Ik ben gewoon een muzikant. Ik heb altijd geprobeerd om gelijkgestemde zielen in andere landen terug te vinden. Of die mensen nu uit Algerije, Ramallah of Limburg komen, of uit Schotland, dat is voor mij allemaal hetzelfde. Iedereen heeft zijn problemen, al zijn de problemen van sommigen groter dan die van anderen. Ik heb het altijd belangrijk gevonden om rond thema’s te werken die ook in onze muziek zitten.
Toen Thomas mij vertelde over The City’s Song, zag ik dat verhaal volledig zitten. Dat lag in dezelfde lijn; je gaat naar een stad en je probeert die stad te vatten in een song. Muzikanten van hier die samenwerken met muzikanten van daar, maar die het ook veel breder zien.

Concerten en festivals in plaats van landbouwprojecten
Eerder was ik al betrokken bij zo’n project in Senegal, in 2001, via Vredeseilanden. Daar heb ik veel chance gehad. Ik ben een man tegengekomen met een heel sterke visie, Wilfried Fieremans. Hij was vertegenwoordiger van Vredeseilanden in Dakar. Toen hij afstudeerde aan de unief, ging hij solliciteren voor een job als lesgever. Het was in Leopoldsburg, dat was niet zo ver voor hem. Hij kreeg de job en toen zeiden ze: je mag dan binnenkort je vliegtuigticket gaan halen. De job bleek in Congo te zijn. ‘Waarom niet?’, zei hij en sindsdien woont hij in Afrika.
Het project waar ik terecht kwam was van een Senegalese organisatie die het beu was om altijd maar rond landbouw te werken. Ze wouden een culturele uitwisseling doen tussen Belgische en Senegalese muzikanten. De organisator was een Senegalees die geloofde dat hij door het organiseren van concerten en festivals terug een dynamiek teweeg kon brengen in die streek. Die was volledig kapot gemaakt door de pindanoten teelt van de Fransen. Ze waren de laatste stukken bos aan het wegbranden om meer akkers te hebben. De grond was volledig uitgeput.
Dat project is een succes geweest. Drie jaar later hebben ze in Leuven beslist om culturele projecten stop te zetten omdat ze de resultaten ervan niet konden meten. Ze gingen zich enkel nog concentreren op voedselzekerheid, wat wel jammer is. Ik ben vijf jaar later teruggegaan naar die streek en ze spraken er nog over. Dat was mijn eerste confrontatie met het belang van cultuur.

Het is een van de armste landen van de wereld maar het heeft weinig problemen gekend omdat er zo veel belang is gehecht aan cultuur.

Ik ben niet zo lang in Senegal gebleven maar ik ben er wel tien keer geweest. Dat klikt gewoon, ook met die mensen. In maart ga ik terug voor een week om aan een cd te werken. Het is een heel specifiek land omdat de eerste president na de onafhankelijkheid veel belang hechtte aan cultuur. Dat is de kracht geweest van dat land. Het is een van de armste landen van de wereld maar het heeft weinig problemen gekend omdat er zo veel belang is gehecht aan cultuur. Er zijn veel verschillende bevolkingsgroepen en die hebben altijd vredig naast elkaar geleefd. Er is nooit gevochten.
Ik geloof enorm in onderwijs, dat komt ook doordat mijn vader leraar was. Daarom heb ik al vier keer een benefiet georganiseerd voor een school in Senegal. Ze halen bijna letterlijk jongeren van de straat om ze terug een identiteit te geven. Ze zeggen hen: ‘Spring niet op die boot, daar ga je niets aan hebben. Blijf hier en leer een job.’ Toen ik er de eerste keer was, hoorde ik dat het loon van een leraar 1000€ per jaar is. Dus ik dacht: als ik nu eens een concert organiseer en zo een paar duizend euro bij elkaar haal, dan kunnen ze enkele leerkrachten een jaar betalen. Zo ben ik daar mee begonnen.

Een poster van Madonna aan de muur
Ik ben ook in Zuid-Afrika terecht gekomen. Daar hebben we met Zoeloe samengewerkt, dus we werden wel geconfronteerd met de situatie, van hoe het voor de Apartheid was en hoe nu.
Eén van de voor mij meest intrigerende momenten heb ik daar beleefd. De eerste keer dat ik in Zuid-Afrika was, nam een vriend van een zangeres mij mee naar een soort vluchtelingenkamp aan de rand van Johannesburg. Daar wonen bijna 20.000 mensen, in geïmproviseerde huizen. De meesten kwamen van Zimbabwe. ‘s Morgens kwamen er bouwondernemingen mensen ophalen om te werken voor heel weinig geld. Die vriend zei: ‘Als je daar als blanke rondloopt overleef je het geen uur dus je moet bij mij blijven. Anders ben je een vogel voor de kat. Maar ik wil het je toch tonen.’
Dat kamp was op een veld naast de autosnelweg. We hebben daar wat rondgewandeld en kwamen in een geïmproviseerd café, waar we zijn beginnen spelen. In het begin hadden ze iets van ‘wat doet gij hier, trap het af, ge hebt hier niets te zoeken.’ Als je muziek begint te maken, wordt dat iets totaal anders. Dan vinden ze het tof dat je met hen komt spelen. Tegen de avond kon ik daar alleen rondlopen en kende iedereen mij ineens.

Ik was nog jong maar toen besefte ik dat ik dat geweest kon zijn.

Toen ik daar was kwam ik een jongen uit Zimbabwe tegen die heel goed Engels sprak. Hij nam mij mee naar een klein, golfplaten huisje met een poster van Madonna aan de muur en een matje op de grond. ‘Welkom in mijn huis’ zei hij en hij vertelde mij over zijn leven. Dat was hard. Zijn vader was dokter in Zimbabwe maar hij was veel met politiek bezig geweest. Hij had de verkeerde kant gekozen en dat werd een nachtmerrie. ‘s Nachts vertrokken er regelmatig auto’s naar Zuid-Afrika en hij is meegegaan. Zuid-Afrika was totaal niet zo idyllisch als ze zich voorgesteld hadden. Hij woonde al een paar jaar in dat vluchtelingenkamp. Dat zag je ook aan hem. Hij sprak goed Engels omdat hij naar een goede school was geweest. Ik was nog jong maar toen besefte ik dat ik dat geweest kon zijn. Daar ergens in zo’n hutje aan de rand van de autostrade, zonder enig vooruitzicht. Die kleine verhalen hebben mij altijd het meeste aangegrepen.
Er is een enorm verschil tussen Senegal en Zuid-Afrika. In Senegal hebben de Fransen de cultuur van de Afrikanen niet gebroken. Ze hebben dat land uitgebuit en kapot gemaakt maar ze hebben de geest van de mensen niet gebroken. In Zuid-Afrika hebben ze dat wel gedaan, ze hebben hun geest proberen koloniseren. Op een avond waren we na een concert iets gaan drinken met een zangeres. En na een paar glazen wijn vroeg ik haar: ‘Eigenlijk haat jij blanken zoals ik toch echt?’ En ze zei: ‘Om eerlijk te zijn wel ja. Jij bent een toffe maar ik haat jullie door en door.’

De clichés van het Midden-Oosten
Voor Palestina was ik al in Libanon en Jordanië geweest. Libanon vond ik een maffe ervaring. Beirut is een heel moderne stad. Ik had het voordeel dat de vader van de vrouw met wie ik toen samenwerkte een bekende politicus was geweest. Via haar kwam ik met veel interessante mensen in contact. Ik had op voorhand een ander idee van dat land. Je denkt op voorhand dat iedereen daar met een hoofddoek loopt en dat je nergens alcohol vindt. Dat is absoluut niet waar. Er wordt veel gedronken en ik heb enkel in buitenwijken hoofddoeken gezien. Daar heb ik meegewerkt aan het project Taxi Orient, met een Libanese die een tijdje in Gent gewoond heeft. Zij wou het Midden-Oosten normaliseren, de clichés van het Midden-Oosten ontkrachten, .

Ramallah, de stad die zijn best doet
Ik vond het een grote kans om naar Palestina te kunnen gaan. Ramallah is een stad die zijn best probeert te doen. De mensen daar zitten tussen zoveel vuren. Ze zitten gevangen en proberen er het beste van te maken. De meesten kunnen het land niet uit, ik zou er claustrofobisch van worden.
Ik heb veel van die mensen geleerd. Je vraagt hen niet uit, het is toffer als ze er zelf over beginnen. Je ziet de vermoeidheid als ze het verhaal voor de honderdste keer moeten uitleggen, maar ze vinden het wel belangrijk. In Palestina zijn het soms de kleine dingen die het krachtigste zijn. Als je in de verte de zee ziet maar je kan er niet naartoe. Of toen iemand vertelde over hoe het in de zomer soms heel warm is, dat het water dan bijna op is en hoe ze dan zien dat de kolonisten hun tuinen besproeien. Het zijn zo van die dingen…
We zijn ook in Jeruzalem geweest. Dat is zoals van Gent naar Drongen rijden maar je komt in een andere wereld. Dat is een enorm verschil. Nochtans zijn de grond en het eten hetzelfde.

In Palestina zijn het soms de kleine dingen die het krachtigste zijn.

Wat mij daar vooral beangstigde was die vervreemding tussen de twee culturen. Toen ik aan de Palestijnen vroeg wat ze zouden doen moesten er progressieve Joden in Ramallah komen zeiden ze: ‘Die moeten terug naar huis, ze hebben hier niets te zoeken. Dat ze terug over hun muur kruipen.’ Ergens vind ik dat jammer maar ik begrijp het wel. Dat was vroeger niet zo, in de jaren 70, vlak na de oorlog. Een Joodse vriend van mij, die in Jeruzalem geboren is maar naar Frankrijk gevlucht is, zei dat er toen nog hoop was. Er waren vredesmarsen van Joden samen met Palestijnen, van Ramallah naar Jeruzalem. Dat gaat nu niet meer, er staan overal checkpoints en muren en prikkeldraad.
Ik voel dat, politiek gezien, de twee-staten-oplossing bijna niet meer mogelijk is. In Ramallah kan je Tel Aviv bijna ruiken. Je begrijpt ook dat de Joden het niet zien zitten om Ramallah vrij te geven, omdat ze schrik hebben voor extremisme. Je kan bijna een steen van Ramallah naar Tel Aviv gooien. Ze hebben schrik en willen controle, voor hun veiligheid.
De laatste avond dat we in Ramallah waren spraken we met enkele jongeren. Zij geloofden niet in de twee-staten-oplossing, ze willen dat niet. Anderen vinden de één-staat-oplossing een utopie en veel Joden zullen dat niet toestaan. Hoewel sommige progressieve Joden het wel zien zitten om samen te leven onder een democratisch verkozen regering. Ik ben daar een optimist in. De verlichting is ook in de hoofden van enkele intellectuelen in Parijs begonnen en heeft toen een weerslag gehad over heel Europa. Maar je weet het niet, voor hetzelfde geld loopt het verkeerd af.

De hartslag van het land
Wanneer ik in een ander land ben, discussieer en luister ik graag en wil ik weten wat er gaande is. Toen ik jonger was en als toerist naar een stad ging, was ik soms gefrustreerd omdat ik er geen deel van uitmaakte. Ik zelf zal niet zomaar met wildvreemden babbelen, maar de muzikanten met wie je werkt nemen je mee en zo maak je deel van hen uit. Daarom ga ik na het concert nooit gewoon gaan slapen, ik wil de hartslag van het land horen.”

In mei nemen we een album op met The City’s Song – The Ramallah Sessions. Om dit te financieren hebben we jullie steun nodig. Klik hier voor onze crowdfunding campagne.

Tekst: Elza Jeanty
Foto: Sammy Van Cauteren

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit:
search previous next tag category expand menu location phone mail time cart zoom edit close